Niet-alledaagse landschappen, door de kunstenares als het ware ‘verzameld en vervolgens door elkaar gemixt’, vormen het startpunt voor de kunstwerken van voormalig Buning Bongersprijs-winnares Myra de Vries (1962).
De ene soort bestaat uit weidse berglandschappen, desolate stadsgezichten, afbraakpanden of fabrieken. De andere soort typeert zich door beeldfragmenten uit haar directe omgeving of eigen belevingswereld, zoals bv een verdwenen huis uit de straat of een verdwaalde hond.
De elementen uit de verschillende landschappen worden door de kunstenares door elkaar gehusseld en aangevuld met een idee, gevoel, historie of toekomstvisie. Het gevolg is het ontstaan van een nieuw en persoonlijk landschap, dat niet meer alledaags of waarheidsgetrouw hoeft te zijn. Voor het principe van gelaagdheid is tijdens het ontstaansproces van haar kunstwerken een belangrijke rol weggelegd.








