Kunstbeeld

Kunstbeeld

dinsdag 2 september 2014

Rudi Fuchs verlaat Stedelijk Museum

vrijdag 13 december 2002Rudi Fuchs (1942) heeft aan alle speculaties een einde gemaakt en vertrekt begin januari als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. De afgelopen jaren was in de kunstwereld al veel gemor te horen over het artistieke beleid van het museum. Het was te weinig vernieuwend en te weinig ambitieus. De afgelopen maanden nam de druk op Fuchs toe, nadat de gemeente de uitbreidingsplannen van het Stedelijk afkeurde en er een steekspel ontstond over de toekomst van het museum. Steevast stond daarin de positie van Fuchs ter discussie, zowel vanuit de politiek als de kunstwereld. Na maanden soebatten ligt er nu een duidelijk plan voor de renovatie van het museum (met een minieme uitbreiding). Fuchs wacht de uitvoering daarvan niet af en houdt de eer aan zichzelf.

Rudi Fuchs (1942) heeft aan alle speculaties een einde gemaakt en vertrekt begin januari als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. De afgelopen jaren was in de kunstwereld al veel gemor te horen over het artistieke beleid van het museum. Het was te weinig vernieuwend en te weinig ambitieus. De afgelopen maanden nam de druk op Fuchs toe, nadat de gemeente de uitbreidingsplannen van het Stedelijk afkeurde en er een steekspel ontstond over de toekomst van het museum. Steevast stond daarin de positie van Fuchs ter discussie, zowel vanuit de politiek als de kunstwereld. Na maanden soebatten ligt er nu een duidelijk plan voor de renovatie van het museum (met een minieme uitbreiding). Fuchs wacht de uitvoering daarvan niet af en houdt de eer aan zichzelf.

De carrière van Rudi Fuchs begon stormachtig in de jaren zeventig met een directoraat op 33-jarige leeftijd in het Van Abbemuseum. Fuchs was de jongste directeur tot dan toe in de museumwereld en hij maakte alle verwachtingen waar. Hij introduceerde in Eindhoven de toen jonge Duitse schilders als Georg Baselitz, Jorg Immendorf, Markus Lupertz en A.R. Penck, bracht Italianen als Mario Merz en Jannes Kounellis, toonde Nederlanders als Jan Dibbets en Ger van Elk en exposeerde conceptuele kunstenaars als Sol Lewitt, Donald Judd en Lawrence Weiner. Fuchs stond in die jaren in het hart van het eigentijdse debat in de kunst, wat uitmondde in het mogen organiseren van de Documenta in Kassel in 1982.

Midden jaren tachtig stond Rudi Fuchs al min of meer bekend als de Kunstpaus van Nederland en het leek logisch dat hij in 1987 Edy de Wilde op zou volgen als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Er was echter ook de kandidatuur van Wim Beeren en dat mondde uit in een vrij onverkwikkelijke machtstrijd, die de kunstwereld spleet. Beeren trok aan het langste eind, maar de schaduw van Fuchs bleef over zijn directoraat hangen. Wim Beeren kon voor de Fuchsianen geen goed doen, waardoor vrijwel iedere tentoonstelling voor hem een soort examen werd, waarmee hij zich opnieuw moest bewijzen.

Rudi Fuchs stond in deze periode geparkeerd in Den Haag, waar hij het Haags Gemeentemuseum onder zijn hoede kreeg. Het is waarschijnlijk op dit moment dat Fuchs zijn drive en momentum - dat van zijn Eindhovense periode zo'n succes had gemaakt - verloor. Hij was veel in Italië, waar hij het Castello di Rivoli in Turijn als een soort freelancer mede vulde en maakte van het Haags een soort rustplek voor de kunst. Hoewel Fuchs in het Van Abbe een aantal memorabele solo's had gemaakt, toonde hij zich in Den Haag veel minder productief. Retrospectieven van Arnulf Rainer en Karel Appel behoren daar tot zijn belangrijkste wapenfeiten.

In 1993 ging Wim Beeren met pensioen bij het Stedelijk en kon Fuchs doorschuiven naar de post die hij feitelijk ambieerde.
'Nu gaat het gebeuren!', was alom de verwachting. Den Haag was een tussenstation en in Amsterdam zou Fuchs de kroon op zijn werk gaan zetten. Al snel werd duidelijk dat Rudi Fuchs niet voort zou bouwen op de grote retrospectieven en thematische tentoonstellingen waarmee Wim Beeren het Stedelijk kleur had gegeven. Fuchs gaf aan geen trek te hebben in groots opgezette presentaties van eigentijdse (en moderne) kunstenaars. Hij wilde werken vanuit de collectie en daarbinnen dwarsverbanden leggen en 'zwarte gaten' opvullen (dit streven kreeg gestalte in een reeks 'Couplet'-tentoonstellingen). Fuchs noemt dit inbreien in de verzameling zelf het tonen van de zijriviertjes en stroompjes die tussen de grote rivieren van de kunstgeschiedenis liggen.

De 'fremdkörpers' in het expositiebeleid werden een tentoonstelling samengesteld door Koningin Beatrix (een te ruime selectie van naoorlogse Nederlandse kunst) en een retrospectief van filmer/kunstenar Dennis Hopper. Het Stedelijk trok rond 2000 te weinig bezoekers en klaarblijkelijk moest daar iets aan worden gedaan.
In zijn overige keuzes kwam Fuchs uit bij de kunstenaars die hem vertrouwd waren en die hij al vanaf zijn tijd in het Van Abbemuseum toonde. Fuchs bracht louter 'vrienden' werd een veelgehoorde klacht. Dat is enigszins overdreven, maar wel was duidelijk dat Fuchs minder en minder de nieuwste ontwikkelingen bracht. Incidenteel kwam de eigen tijd wel aan bod (bijvoorbeeld in de prachtige tentoonstelling 'Wild Walls' uit 1995), maar veel was het niet. Pas het afgelopen jaar duiken er steeds vaker jonge kunstenaars op, waarbij vooral de Engelse school (met exposities van Sam Taylor Wood en Tracey Emin en aankopen van Damien Hirst en Douglas Gordon) veel aandacht krijgt. De verandering van koers kon het imago van Fuchs niet meer veranderen. Wilde een vernieuwd Stedelijk echt een kans krijgen om zich weer een plaats binnen het hedendaagse discours te veroveren (een plaats die het tot aan de jaren negentig had, maar in de afgelopen jaren heeft laten glippen), dan moest Fuchs plaatsmaken.
En dat doet hij nu. Hij wordt gastdocent aan de Universiteit van Amsterdam en zal daar masterclasses en lezingen geven over 'de kunstpraktijk'.

Wat Fuchs achterlaat is een museum dat wel gerenoveerd gaat worden, maar niet wezenlijk uitgebreid. Een museum dat inmiddels een imago-probleem heeft, maar ook een fantastische historie waar nog steeds op te bouwen is. De tijd zal leren of in de jaren negentig grote lacunes in de collectie zijn ontstaat. Het ontbreekt in het Stedelijk bijvoorbeeld aan goede werken van Pipilotti Rist, Shirin Neshat, Maurizio Cattalan en Damien Hirst (wat is gekocht is een B-werk), om er maar enkele te noemen. Later pas zal blijken of kostbare inhaalaankopen nodig zijn om het verhaal van de moderne en eigentijdse kunst te kunnen blijven vertellen. Voor zover dat dan nog mogelijk is, want het Stedelijk heeft bijvoorbeeld in een te laat stadium beseft dat er geen goede installatie van Joseph Beuys in de collectie zat. Te laat, omdat zo'n werk simpelweg niet meer voorhanden bleek. Het is te hopen dat het directoraat van Rudi Fuchs niet de geschiedenis in gaat als de periode van de gemiste kansen. Dat zou afbreuk doen aan zijn ontegenzeggelijke kwaliteiten als artistiek directeur en aan de memorabele tentoonstellingen die hij óók in het Stedelijk heeft gemaakt: een retrospectief van Kurt Schwitters, een Couplet rond expressionistische schilderkunst, het retrospectief van Sam Taylor Wood. Eigenlijk is Rudi Fuchs een paar jaar te laat gestopt. En dat is jammer.

Robbert Roos




Bestel Kunstbeeld nu

Inloggen


Inloggen

Registreren

Wachtwoord vergeten
Wachwoord vergeten




Inloggen