Tegenlicht: Het oude kijken
Rob Perée
zaterdag 26 september 2009
Op het ogenblik is er in de
Kunsthalle Bern een tentoonstelling van lege zalen.
De lege zaal als concept is niet nieuw.
De Kunsthalle wil dan ook niet origineel zijn.
Ze wil zich van haar conserverende taak kwijten.
Ze wil een retrospectief geven van al die lege-zalen-tentoonstellingen.
Dat is wel nieuw.
Vreemd is dan wel dat er geen toegang wordt geheven, omdat er niets te zien zou zijn.
Het niets is juist het iets.
Gewoon € 12,50 vragen dus.
Misschien zou ik er een paar jaar geleden voor gevallen zijn,
voor zo’n lege-zalen-tentoonstelling,
maar al die gesloten Nederlandse musea hebben me allergisch gemaakt voor het niets.
Van het niets moet ik niets meer hebben.
Wel van weinig.
Lees meer...Daarom was ik blij met een artikel van Holland Cotter in mijn lijfkrant.
De New York Times.
Hij wil, zegt hij, de economische recessie positief gebruiken.
Op zich evenmin nieuw.
Dat heb ik veel kop-in-het-zand-stekers de afgelopen maanden horen beweren.
Tegen beter weten in.
Toch had Cotter een interessante suggestie.
Hij wilde via de recessie van al die blockbustertentoonstellingen af.
Die peperdure monsterproducties die de museumwinkels vullen met kaarten, sleutelhangers, asbakken, posters, sjaaltjes en andere kunstzinnig bedoelde rotzooi.
Die massale presentaties waarbij je niet alleen struikelt over de bezoekers,
maar vooral ook over de werken.
Die tentoonstellingen waarbij je enthousiast begint en op je tandvlees het pand verlaat.
Doodmoe van alle indrukken.
Niet in staat te vertellen wat je gezien hebt.
Murw van de om voorrang strijdende kunstwerken.
Hij stelt voor om één werk uit de vaste collectie van een museum te nemen,
een onbekend werk,
en dat tentoon te stellen in één zaal.
Meer niet.
Pas dan komt de bezoeker tot zijn recht.
Hij heeft alle tijd om rustig te kijken.
Niets leidt zijn aandacht af.
Het werk vult zijn ruimte.
Zijn fantasie wordt geprikkeld.
Zapkijken wordt weer kijken.
Kijken zoals kijken bedoeld is.
Het oude kijken.
Het kunstwerk krijgt waar het recht op heeft.
Het wordt op juiste waarde geschat.
Het mag de eer weer voor zichzelf opeisen.
Niet gestoord door het beeldgeweld van de buren.
Het mag weer gewoon zichzelf zijn.
Zijn mooie, indrukwekkende, emotionerende, ontregelende zelf.
Een tip voor een museum dat zich opnieuw moet uitvinden?
Dat zijn reputatieschade moet repareren?
Het Stedelijk in Amsterdam misschien?
Vergeet die (her)openingstentoonstelling van Mike Kelley.
Die tentoonstelling die bij ieder interview al een paar jaar genoemd wordt.
Dat werk hebben we al overal kunnen zien.
Dat kennen we nou wel.
Dat had al alle kansen om zich te tonen toen het Stedelijk zijn winterslaap hield.
Vergeet Mike Kelley.
Die heeft jullie niet nodig en jullie hem niet.
Hang of zet in al die mooie nieuwe zalen één kunstwerk.
In die gerenoveerde kelders staat voldoende prachtigs.
Haal de echte kunstliefhebber weer in huis.
Die bezoeker die bij jullie ooit de deur plat liep.
Die even naar binnen ging als hij langs liep of fietste.
Trakteer hem in je nieuwe gebouw op het oude kijken.
Laat hem weer ervaren wat échte kunst is.
Kunst zoals kunst bedoeld is.
Daar is hij lang genoeg van verstoken gebleven.
Rob Perrée
(het volgende nummer van Kunstbeeld zal aan één kunstwerk gewijd zijn)