Het Carnegie Museum of Art
Architectuur - Installaties - Multidisciplinair
Roos van der Lint

Cecil Balmond,
H-edge, 2009
Roos van der Lint | Het
Carnegie Museum of Art in Pittsburgh (VS) is vooral bekend vanwege zijn
International tentoonstelling, die eens in de drie jaar de wereldwijde aandacht trekt. Helaas is de laatste
International met thema ‘Are we alone in the universe?’ net geweest (2008-2009), maar er zijn nog wat restanten in de permanente collectie te vinden. Zo staat een werk van
Mark Manders (1968), de Nederlandse bijdrage aan de ‘International’, prominent in het midden van de hedendaagse kunstgaleries opgesteld. Het is
Several Drawings on Top of Each Other (2001).
Lees meer en bekijk het beeldverslag...
Mark Manders,
Several Drawings on Top of Each Other, 2001
Springlevende dieren spelen de hoofdrol in het werk van
Doug Aitkens (1968). De video
Migration (empire) – linear version (2008) maakte Aitkens speciaal voor de laatste ‘International’. Uit fascinatie voor de onpersoonlijkheid en functionaliteit van hotelkamers en onderzocht Aitkens hoe wilde dieren zich in deze voorgeprogrammeerde ruimtes zouden gedragen. In zijn video blijkt al gauw dat beesten geen enkele boodschap hebben aan efficiënt ingerichte slaap- en badkamers. Een bever zit versuft in een ligbad, een hert duikt de minibar in, maar maakt een chaos van de drankvoorraad. Een poema verscheurt lakens en kussens, een vos werpt zich claustrofobisch tegen een raam en een buffel breekt binnen minder dan een minuut de hotelkamer volledig af.



Doug Aitkens,
Migration (empire) – linear version, 2008
Tijdelijk in het Carnegie, en de voornaamste reden van dit bezoek, is
Forum 64, een tentoonstelling van kunstenaar, ingenieur en architect
Cecil Balmond. Balmond werkte eerder samen met
Rem Koolhaas en
Anish Kapoor, en had onder andere tentoonstellingen in
Tate Modern en de
Serpentine Pavilion in Londen.
Cecil Balmond,
H-edge, 2009
Het indringende geluid van het snijden en slijpen van staal maakt dat geen enkele bezoeker zich in de tentoonstellingsruimte durft te begeven. Het gepiep en geschaaf gaat door merg en been, maar wordt na een paar minuten iets draaglijker. Het middelpunt van
Forum 64 is
H-edge (2009), een installatie bestaande uit 6000 aluminium ‘bladeren’ aan stalen kabels.

Het lijkt een stalen jungle, maar iets klopt er niet.
Je loopt onder de installatie door, kijkt er door heen, ziet het gereflecteerd in een spiegelwand, en dan valt het kwartje: de kabels hangen niet aan het plafond, maar staan verticaal op de grond.
Cecil Balmond,
H-edge, 2009
Wetten als zwaartekracht, evenwicht, slapheid en kracht zijn genegeerd. In lichtbalken aan de muren licht Balmond de installatie toe: “Equilibrium is not static but dynamic”, “Architecture is time and timeless”, en natuurkundige formules als de ‘Menger Sponge’. Ook blijkt hier de demonstratie staalslijpen op video te worden toegelicht.
Demonstratie staalslijpen bij
H-edge van
Cecil Balmond Het afschuwelijke geluid van het staal maakt helaas dat het me niet zoveel meer kan schelen hoe
H-edge in elkaar steekt. Als leidraad door de kunstgeschiedenis zocht ook Balmond naar de vierde dimensie. Of hij in het Carnegie een stap dichterbij is gekomen is de vraag.
Maar in de stad die groot is geworden door de staalindustrie, waar de footballclub de "Steelers" heet en het museum is opgericht door de staalfamilie Carnegie, had
H-edge in ieder geval geen geschikter onderdak kunnen treffen.
Cecil Balmond,
H-edge, 2009
Foto's:
Roos van der LintLees ook:
- Robbert Roos over International 55 in Kunstbeeld 7/2008