
klik om een oordeel te geven!

Carolein SmitRoos van Put | Wanneer ik op de redactie zeg dat ik wel eens een special over keramiek zou willen maken, fronst menigeen de wenkbrauwen. Gek is dat toch, want kunst in klei is het stadium van potjes draaien allang ontgroeid.
Kunstenaars zoals
Hans van Bentem en
Carolein Smit bijvoorbeeld hebben deze discipline allang ontdaan van het truttige element. De installaties in klei die ik zag op de tentoonstelling van
Anish Kapoor in de
Royal Academy kunnen in dit verband ook genoemd worden en aan het Europees Keramisch Werkcentrum in Den Bosch onderzoeken kunstenaars (van naam) uit verschillende disciplines – en met succes – de mogelijkheden binnen klei.

Hans van Bentum, Dick ChandelierTextielEen ander materiaal waaromheen eveneens zo’n negatief imago hangt is textiel. En ook hier geldt weer dat het huisvlijtimago allang tot een ver verleden behoort. Ik weet nog goed dat ik tijdens mijn studie kunstgeschiedenis stage liep bij de
Judith Leyster Stichting. Een organisatie die, met destijds onder anderen (de huidige professor) Kitty Zijlmans van de universiteit Leiden in het bestuur, zich ten doel stelde het oeuvre van een vrouwelijk beeldend kunstenaar te bekronen met een prijs. Een van de laureaten was kunstenaar
Loes van der Horst, een textielkunstenaar. Zij maakte eind jaren zestig wandkleden, niet van natuurlijk materiaal, maar van kunststof. Waarmee zij textiele kunsten emancipeerde. Zij ging nog verder in haar experimenten: golvingen, in het weefproces tot stand gebracht, gaven de ‘wandkleden’ het aanzien van een driedimensionale sculptuur. Ze bevestigde haar werk vervolgens aan gekromde stokken. Haar kunst was gebaseerd op fundamenteel theoretisch onderzoek, vergelijkbaar met het onderzoek naar materiaal dat beeldhouwers in die tijd deden, zoals
Henk Visch,
Cornelius Rogge en
Peer Veneman.

Loes van der Horst, Gele Boog, collectie Audax Textielmuseum
Tegenwoordig zie ik dat textiele kunsten weer voorzichtig terug keren in de hedendaagse beeldende kunst. Echter, niet op een geëmancipeerde manier, maar juist weer op die wijze die aan huisvlijt doet denken.
Joana Vasconcelos toonde in het najaar van 2010 tijdens haar eerste solotentoonstelling in Londen sculpturen bij Haunch of Venison in Londen. Beelden, ingepakt in gehaakte kleedjes. Waarbij zij in de combinatie van materialen enerzijds een verwijzing legde naar aloude ambachten zoals haken. Anderzijds naar de massaproductie van nu. Ook in Londen zag ik een solotentoonstelling van
Maria Nepomuceno. Een Braziliaanse kunstenaar die werkt met kralen, sisal en touw. Materialen die zij niet op een geëmancipeerde manier gebruikt, maar die juist nogal traditioneel toepast. Echter niet om kleedjes te maken, maar enorme monumentale sculpturen die organische, florale associaties oproepen.
Joana Vasconcelos.JPG)
Maria NepomucenoDoe-het-zelf typeOok bij
Heden Den Haag hebben ze de huisvlijt binnen de kunst ontdekt. Modeontwerpster
Sara Vrugt zal de komende maanden een borduurwerk van formaat gaan maken, met hulp van buurtbewoners van de Weimarstraat en andere (in textiel geïnteresseerde) lieden. Het uiteindelijke werk zal zo’n honderd vierkante meter worden. Ik ben niet het ‘doe-het-zelf type’. Zo kijkt ook niemand naar mij, wat maar weer eens bleek toen op mijn werk een bonnetje van de Haagse Gamma in de lift werd gevonden. Geen enkele collega dacht dat juist dit bonnetje uit mijn zak was gevallen.
In een zelfgebreide trui zul je mij dus nooit zien, maar aangezien alles wat met
een crowd te maken heeft tegenwoordig zo populair is, ga ik misschien wel kijken naar het
crowd-borduren in de Weimarstraat. Of ik geef Kunstkalender redacteur Eva de opdracht om mee te doen, die woont er tenslotte om de hoek. Als ik zelf ga is het niet omdat ik zo van huisvlijt hou, maar vooral omdat ik gecharmeerd ben van eeuwenoude tradities. En als die dan ook nog tot hedendaagse kunst leiden, wil ik dat wel zien natuurlijk.