
klik om een oordeel te geven!

Michael Sailstorfer, Wolken, 2010
Courtesy Johann König, BerlijnRoos van Put | Er zijn van die dagen dat ik wil emigreren. Waarom? Omdat het me steeds meer opvalt hoe intolerant en onbeleefd men hier is. Zaterdag ging ik een galerierondje lopen in Amsterdam. Ik parkeerde mijn auto in een parkeergarage, mijn gast stapte alvast uit. Het was wat smal. Eenmaal uitgestapt zag ik dat mijn auto niet binnen te lijnen stond en ik stapte weer in om recht in te parkeren.
Terwijl ik daarmee bezig ben, staat er een auto achter mijn auto. Als ik uitstap doet de andere automobilist zijn raam open en snauwt mijn gast toe: “Had je niet eerder kunnen zeggen dat jullie niet weggaan?!” Mijn gast antwoordt: “Ze zet haar auto juist recht zodat jij er nog naast kunt staan.” Het mocht allemaal niet baten, de andere auto scheurde met piepende banden naar een etage hoger.
Een dag later was ik in
Gent. Ik citeer de baliemedewerker van het
S.M.A.K.: “Goedemiddag mevrouw, mijnheer. Mag ik u van harte welkom heten in ons museum. Ik geef u vier boekjes, daarin vindt u alle informatie van de tentoonstellingen. De zon schijnt vandaag en met uw aanwezigheid kleurt mijn dag helemaal goed. Mocht u honger hebben, het restaurant is daar, maar als u nu alvast iets wilt eten, nodig ik u van harte uit een croissantje te nemen.” Hij wees naar de mand op de balie, gevuld met croissantjes. Zoveel vriendelijkheid was ik even niet meer gewend. Ik voelde me
Alice in Wonderland, alsof ik in een parallel universum was beland. Dat gevoel werd nog versterkt toen ik de tentoonstelling ‘Raum und Zeit’ zag van de jonge Duitse beeldhouwer
Michael Sailstorfer (1979).
PopcornZodra je de zalen binnenwandelt, ben je meteen in een andere (zintuiglijke) wereld. Eigenlijk begint dat al in de hal, waar de zoete geur van een popcorn zich op een verleidelijke manier in je neusgaten boort. De popcornmachine was even buiten werking, maar rondom lagen bergen popcorn. Ik had net dat croissantje soldaat gemaakt, anders had ik wel een handje popcorn meegegraaid. Kijk je vervolgens boven je, dan zie je een wolkendek van grote, zwarte autobanden van vrachtwagens. De kunstenaar had een nieuwe hemel gecreëerd. De contouren, het decor voor mijn nieuwe wereld hadden zich al aangediend: ik was in een parallel universum, met zoete geuren en zware wolken. Wat zou die nieuwe wereld nog meer tonen?
Michael Sailstorfer, Cast of the surface of the dark side of the moon, 2005
Courtesy: Johann König, BerlijnIk zag de achterkant van de maan op de grond liggen. Ik zag tegen een muur draaiende autobanden. Het zwarte gruis stapelde zich langzaam op. Zo te zien een nogal nutteloze actie van die autobanden die langzaam maar zeker afsleten, tegelijkertijd doemde in mijn hoofd een vergelijking op, een parallel met het echte leven. Ook zag ik een film van een ontploffende gloeilamp. Metafoor voor de oerknal?
HemelEen andere film is hilarisch: te zien is hoe de kunstenaar tracht een lantaarnpaal vanaf het dak van zijn auto naar de hemel te schieten. Met een enorme knal ploft het ding slechts een paar meter verder in het weiland. Hoe graag zou ik eens een lantaarnpaal naar de hemel schieten, hopen dat ik een ster raakt, die valt, snel een wens doen en dan hopen dat die uitkomt. Het zijn zomaar wat gedachten die opkomen als je de wereld van Sailstorfer betreedt. Een parallel universum, een wereld à la
Alice in Wonderland. Met eigen wettten en regels, honderd keer aangenamer dan die buiten de museummuren.
Toch toont Sailstorfer de bezoeker net zo goed een duistere kant, met name in het tweeluik waarin je een zielig boompje ziet. Op foto twee vliegt dit meelijkwekkende boompje de lucht in. De rookpluimen aan de voet duiden op een lancering, het boompje gaat als manke raket de lucht in.
Michael Sailstorfer, Raketenbaum, 2008
Collection Hennecke, Berlijn
Terug in Nederland fietste ik in de vroege avond nog even door Scheveningen, het was langer licht en nog steeds prachtig weer, voor mij schiet een fietser ineens linksaf. Waardoor ik vol op de rem moest om niet op hem te klappen en zei: “Ik schrok me een ongeluk!” Ik kreeg als antwoord: “Je hebt toch een bel!?!”
Home sweet home…