
klik om een oordeel te geven!
Anna van Leeuwen | Leiden is nog wakker aan het worden. Het is stil voor de
Pieterskerk. Ik tref een vrouw met een hond bij de grote houten deuren, ze stelt hen allebei aan me voor. Ik heb alleen de naam van de hond onthouden, Luna. “Het eerste wat
Erwin Olaf vroeg bij de casting is: ‘Kan-ie dood liggen?’” vertelt de vrouw trots. Samen vinden we de dienstingang van de kerk, langs de portier en dan door een deur. Er hangt rook in de kerk, een dunne laag, die continu door een apparaat op peil wordt gehouden. Iemand verzucht opgelucht: "Ik dacht even dat er iets in de fik stond."
Universiteit Leiden en
Museum De Lakenhal hebben Erwin Olaf opdracht gegeven een aantal foto’s te maken die aansluiten bij zowel de fotografiecollectie van de universiteit als de historische collectie van de Lakenhal. De grootste foto wordt 2,5 bij 3 meter en is een verbeelding van het Leids ontzet, die zowel de historische helden als het zestiende-eeuwse lijden weergeeft. Daarnaast maakt de fotograaf zes kleinere portretten en stillevens rondom hetzelfde onderwerp en dezelfde historische figuren.
MonsterproductieEen paar modellen, grotendeels uit de Leidse casting en aangelengd met professionele modellen, is al opgedoft in historische kleding. De oranje koffiebekertjes steken nogal bij de outfits af. We zijn beland aan het einde van de zestiende eeuw. Voor deze gelegenheid is de kerk bovendien opgetuigd met grote iMacs en lichtapparatuur.

Van
Shirley den Hartog, de manager van Olaf, begrijp ik dat ook alle modellen een hedendaagse toevoeging hebben gekregen. In de shoot die we bekijken wijst ze me aan dat het model dat
Francisco Valdez voorstelt een sm-tuigje aanheeft. Het was me niet eens opgevallen.

Wel valt me op hoe rustig het is op de set van deze monsterproductie, de grootste die Olaf ooit gemaakt heeft. Den Hartog: “Dat was vroeger wel anders. Ik werk al vijftien jaar met Erwin en vroeger was er altijd muziek aan en gingen we door tot diep in de nacht. Nu kun je ook in de studio een speld horen vallen.”
Even later roept Erwin Olaf: “Hebben we niet iets van stokken? Wapens? Iets met een punt eraan?”
Nicole Roepers, conservator actuele kunst van De Lakenhal wordt erbij gehaald, nee, zoiets hebben ze niet in het museum. “Van de universiteit begreep ik ze geïmproviseerde wapens gebruikten, kunnen we zoiets maken?” Even later heeft hij zelf ergens twee stelten vandaan getoverd: “Als we hier een punt aanmaken… Zo kan hij in ieder geval iets vasthouden.” Inmiddels is iemand naar een tuincentrum op weg en ben ik Shirley den Hartog ook kwijt, op zoek naar stokken.

SpierballenwerkEerder die ochtend vertelde Erwin Olaf me hoe het idee voor de foto’s tot stand is gekomen: “Toen Maartje [van den Heuvel, conservator fotografie bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit Leiden] en Nicole [Roepers] me benaderden, wist ik eigenlijk niks van het Leids ontzet. Ik heb ontzettend veel aan hen gehad. Pas toen ik de collectie van De Lakenhal ging bekijken drong tot me door hoe ambitieus dit project zou worden. Het is echt heel uitdagend. Als je die schilderijen analyseert, met al die actie en dat drama, dat te vertalen naar fotografie zonder het na te apen is echt spierballenwerk voor mij als fotograaf. Bovendien probeer je kleine commentaren te leveren in de details.”

Het is niet de eerste keer dat Erwin Olaf zich expliciet liet leiden door schilderkunst. Zo maakte hij in 2008 de fotoreeks
Laboral Escena Gijon waarvoor hij Italiaanse schilderijen als inspiratiebron en uitgangspunt nam. De
Bijzondere Collecties van de Universiteit Leiden verwierf recentelijk deze serie, omdat deze binnen het oeuvre van Olaf als voorloper van de huidige Leidse opdracht kan worden gezien.

Op de vraag wat hij van de schilderkunst heeft afgekeken en geleerd antwoordt hij: “Het licht is heel belangrijk, dat komt op schilderijen van één kant. Ook de blikrichtingen zijn anders dan we in fotografie gewend zijn, bij een groepsportret wordt zelden naar de toeschouwer gekeken in schilderkunst terwijl dat in fotografie wel gebruikelijk is. Er zijn ook overeenkomsten, zo zijn handen lastig te schilderen, maar ook om te fotograferen erg moeilijk. Vooral mannelijke modellen hebben de grootste moeite daarmee, die denken ‘ik ben toch al mooi’ en laten hun armen dan maar een beetje langs hun lijf bungelen.”
Honderdste secondeOndanks de kostuums en de setting wil Olaf graag dat de foto’s ‘echt’ zijn. “Iedereen moet echt zijn. Dat zie je in de ogen van de modellen. Magdalena Moons moet Francisco Valdez écht tegen willen houden en tegelijkertijd moet je zien dat ze verliefd op hem is. Zelfs de mensen op de achtergrond, zoals de mannen bij de galg, moeten op een echte manier uit hun ogen kijken en niet uitstralen ‘ik lig hier maar een beetje’.” Over de casting vertelt hij: “In eerste instantie let je vooral op uiterlijk. Die man die burgemeester Van der Werff speelt heeft echt een burgemeestershoofd. Maar je hebt ook iemand nodig die kan filmacteren op een honderdste seconde.”

Het resultaat van het groepsportret wordt erg dramatisch, met zelfs een paar lijken en een halfopgegeten hond (Luna mag een levende hond spelen): “Schilderijen stellen de werkelijkheid romantischer voor. Fotografie kan laten zien hoe menselijk lijden eruit ziet, het is rauwer. De pest is in de geschiedenis van het Leids beleg wat weggemoffeld omdat mensen geloofden dat het een straf van God was. Dat wil ik alsnog laten zien, dat mensen aan die ziekten doodgingen. Ik heb ooit mijn overleden onderbuurman gevonden, die lag in een plas vocht op de grond. Dode mensen liggen nu eenmaal niet netjes.”

Foto's: Anna van Leeuwen
De nieuwe foto’s van Erwin Olaf zijn van 30 sept. 2011 t/m 8 jan. 2012 op twee plaatsen te zien:
- Het monumentale historiestuk zal geëxposeerd worden in de De Lakenhal in de tentoonstelling ‘Leidens ontzet: vrijheidsstrijd en volksfeest’ en zal daarna in de vaste opstelling van het museum te zien blijven.
- De totale serie van zeven foto’s – de figuurstukken, stillevens èn het historiestuk op kleiner formaat – zal worden geëxposeerd in de tentoonstellingsruimte van de Universiteitsbibliotheek Leiden. Na afloop wordt deze serie beheerd in de museale fotocollectie van de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Leiden.