
klik om een oordeel te geven!
Jean Arp, Torso 1957
Roos van Put | Gisteren bezocht ik drie exposities, in het
Gemeentemuseum Den Haag, in het
Fotomuseum Den Haag en in
Nest, eveneens in Den Haag. Deze waren inhoudelijk niet met elkaar verbonden, behalve de twee in de musea (die beide Parijs als onderwerp hebben), maar aan het einde van de dag vielen ze inhoudelijk voor mij toch samen.
Het was een mooie zonnige herfstdag, uitstekend weer om op de fiets te stappen, maar die liet ik vandaag staan. Want dit was de perfecte dag om mijn
oldtimer cabrio uit de garage te halen. Door alle regen deze zomer, had ik nog geen dag met open kap kunnen rijden. Wanneer ik in deze klassieker stap, maakt zich meteen een nostalgisch gevoel van mij meester, iets in de trant van 'vroeger was alles beter'.
Hendrik Braggaar, Parijs 1955
Midnight in ParisWie de film
Midnight in Paris heeft gezien, weet wat ik bedoel. In deze romantische komedie gaat de hoofdpersoon terug in de tijd, naar de jaren twintig van de vorige eeuw. Waar hij in het nachtelijk leven van Parijs de grootheden uit het culturele leven van toen ontmoet. Zoals
Salvador Dali en
Pablo Picasso. Zijn hunkering naar toen brengt regisseur
Woody Allen met veel filmische schoonheid, melancholie (en humor) over.
Die hunkering naar Parijs ken ik maar al te goed. Ook al heb ik die allang niet meer en was mijn verlangen ook niet gericht op die jaren twintig, maar dan toch wel op een lange tijd geleden. Toen ik er met grote regelmaat verbleef, zestien lentes telde en veelvuldig spijbelde van school om in Parijs te kunnen zijn.
Sem Presser, Parijs, 1955Om weer even dat gevoel van toen terug te krijgen - á la recherche du temps perdu? - reed ik met veel plezier naar het Fotomuseum om de tentoonstelling '
Gare du Nord, Nederlandse fotografen in Parijs 1900-1968' te bezoeken. Lekker zwijmelen bij de voor mij vergane romantiek van Parijs. Natuurlijk was het Parijs dat ik als zestienjarige ontmoette van een latere datum dan de foto’s die ik in het Fotomuseum zag, maar de sfeer die ik als puber daar aantrof, was van vergelijkbare orde met de foto’s die nu zijn te zien in Den Haag. Ik zag
Parisiennes: zo uit een modeblad gestapt. Ik zag prachtige auto’s, kunstwerken waren het, met slechts plek voor twee personen. Parijs was voor mij toen een plek waar schoonheid en romantiek het dagelijks leven kleurden.

Martial Raysse, 1963
Tastbare tijdIn
Nest bezocht ik de tentoonstelling '
Tangible Time', waarin diverse kunstenaars op een beeldende manier het begrip tijd tastbaar trachten te maken. Een mooi gegeven, omdat niets zo (on)tastbaar is als tijd. Wat treffend wordt verbeeld in een
ballon die met helium is gevuld. Een eendagswerk, want gedurende het verstrijken van de tijd, verdwijnt de helium geleidelijk uit de ballon. Ik zag er een mooie metafoor voor een mensenleven in.
En ik dacht terug aan die tijd toen ik zestien was en alleen door de straten van Parijs slenterde, musea bezocht, neerstreek in de
Jardin des Tuilleries en mijn toenmalige Franse geliefde aan het einde van zijn werkdag vroeg wat ik allemaal had gedaan. Een vraag die ik steevast beantwoordde met: "Niets. Gewoon naar Parijs gekeken." Waarna we tot diep in de nachtelijke uurtjes de clubs van Parijs bezochten en ik ook niet veel meer ondernam dan kijken naar dat exhibitionistische nachtleven.
Fred Brommet, Parijs 1956Op deze zondag deed ik dat weer, naar Parijs kijken en besefte me dat tijd niet tastbaar is en tegelijkertijd zo tussen je vingers door glipt, maar je genadeloos laat weten hoe ver iets achter je ligt. Ik realiseerde me opnieuw dat ik als zestienjarige bevoorrecht was. Het leven in Parijs was één groot feest. Alhoewel, ook weer niet helemaal, want het Parijse avontuur eindigde geheel romantisch in stijl. Met een gebroken hart. Maar dat terzijde…