
klik om een oordeel te geven!

Johan Grimonprez, DIAL H.I.S.T.O.R.Y., 1997Roos van Put | Via een tweet van
@LostPainters werd ik vanochtend geattendeerd op een stuk in een Belgische krant met de kop: ‘
Vlaamse kunst telt meeste naakt’. Nu was ik dit weekend net in
Gent geweest, dus mijn aandacht viel daardoor meteen op deze tweet in mijn
TimeLine.
Onderzoekers hadden alle tepels en geslachtsdelen in duizend tentoongestelde werken in de
National Gallery in Londen geteld en daarbij bleek dat de bourgondische Belgen meer bloot in hun kunst verwerkten. Hilarisch! Het onderzoek werd nog nieuwswaardiger omdat het werd beloond door de
IG Novel Award Roadshow, een vereniging die lachwekkend onderzoek beloont.
Maar eigenlijk vind ik dat je dergelijk onderzoek helemaal niet moet rubriceren onder de noemer ‘lachwekkend’. Waarom niet?
GoogleStel dat je zo’n vraag zou voorleggen aan een willekeurig iemand: ‘Wie verwerkten het meeste naakt in hun kunst in de zestiende eeuw: Belgische of Italiaanse schilders?' Ik weet bijna zeker dat iedereen aan wie je die vraag stelt onmiddellijk gaat zoeken op
Google – waar je tot vandaag het antwoord niet had kunnen vinden. Maar omdat er een paar fanatiekelingen in een melige bui op het idee kwamen om tepels te gaan tellen, heb je nu wel het antwoord, in elk geval in relatie tot de kunst in de National Gallery.
Een paar fanatiekelingen kwamen op
het idee om tepels te gaan tellen.
Vervolgens kun je je afvragen hoeveel vragen je kunt bedenken waarop je het antwoord niet kunt vinden op Google. Bijvoorbeeld: Hoeveel vrachtwagens heb je nodig en hoe veel tijd heb je nodig om de
Mount Everest af te graven? Als je aan zee in
Scheveningen een
vingerhoedje water leeggiet en als je dan een jaar later dat vingerhoedje vult met zeewater uit
Rio de Janeiro, wat is dan de kans dat je in dat vingerhoedje moleculen aantreft uit het vingerhoedje in Scheveningen? Het antwoord op deze laatste vraag is overigens bijna 1. Want er gaan ettelijk meer moleculen in een vingerhoedje dan er vingerhoedjes in alle oceanen van de wereld passen. Zo klein zijn moleculen.
Originele vragenVoor beide vragen die ik hier noem, heb je de hulp van een natuurkundige nodig, die het voor je berekent. Ik moest aan ‘originele vragen waarop je het antwoord niet op internet vindt’ denken toen ik dit weekend de tentoonstelling ‘It's a Poor Sort of Memory that Only Works Backwards’ van
Johan Grimonprez in
het S.M.A.K. te
Gent bezocht. Waar hij onder andere in dialoog gaat met
Roy Villevoye en
Jan Dietvorst. De kunstenaar maakt gebruik van documentaire materiaal,
found footage, historische archiefstukken, eigen homevideo’s, nieuwsbeelden, reclame en videoclips. Door montage van verschillende beelden, geeft hij een geheel authentieke betekenis aan dat wat geschiedenis ons heeft gebracht.
Door zijn montage geeft Grimonprez een authentieke betekenis
aan dat wat geschiedenis ons heeft gebracht.
Kunst die meer dan eens vrolijk en luchtig, zelfs hilarisch van de buitenkant is, maar diep duister van binnen. De wereld van Grimonprez is het beste te omschrijven als een
Photoshop-werkelijkheid, waarin niets meer is wat het lijkt.
Johan Grimonprez, DIAL H.I.S.T.O.R.Y., 1997Beroemd werd Grimonprez met
DIAL H.I.S.T.O.R.Y., die werd vertoond op de
Documenta X. Een film waarin hij zijn visie op internationaal terrorisme gaf, met een inmiddels bijna angstaanjagend visionaire inhoud. Hijis typisch zo’n kunstenaar die op onderzoek uitgaat, bestaande beelden verzamelt en deze zo monteert dat je vragen stelt bij de eerste betekenis van het bewegende beeld. Vervolgens trekt hij een blik associaties open en laat hij je met meer vragen dan antwoorden naar huis gaan. Vragen waarop je het antwoord vanzelfsprekend niet op internet vindt, maar die het denken en bedenken tot het bot uitdagen.
Johan Grimonprez,
'It's a Poor Sort of Memory that Only Works Backwards'
15 okt. 2011 t/m 19 jan. 2012
S.M.A.K., Gent (BE)
www.smak.be