
klik om een oordeel te geven!

Adrian Paci, Centro di Permanenza Temporanea, 2007. Foto: db-artmag.com Daphne Pappers | Mijn persoonlijke ontdekking van de week is het werk van
Adrian Paci (1969, Albanië). Zijn film
Centro di Permanenza Temporanea (Centre of Temporary Permanence) is te zien in Karlsruhe in de tentoonstelling 'The Global Contemporary in het Zentrum für Kunst und Medien' (en op
YouTube): een vliegtuigtrap op een zonnig en bijna leeg vliegveld wordt betreden door mannen en vrouwen wier uiterlijk we herkennen als allochtone arbeiders of asielzoekers. Zwijgend beklimmen ze de trap, terwijl de camera inzoomt op hun stille gezichten. Er zit een traagheid in de beelden, die een voorschot neemt op de ontknoping.
De camera, en dus de toeschouwer, staat tussen de mensen die de trap op komen, of daalt hij af, zich tussen hen door wringend? De perfectie van de illusie van de doorlopende beweging blijkt als de camera uitzoomt, en de trap geleidelijk in zijn geheel in beeld komt. De trap sluit niet aan op een vliegtuig, hij staat los op het vliegveld. Stilstand is het gevolg. Het werk is een compacte visualisatie van een onfortuinlijk maatschappelijk fenomeen: deze mensen worden in de wacht gezet, weten niet waar ze aan toe zijn, verkeren in een
juridisch vacuüm.
Ik kreeg de film toevallig al onder ogen bij het lezen van een artikel in een oud nummer van
Third Text (2009). Dat stond op de leeslijst van de laatste bijeenkomst van het
Platform for Postcolonial Readings. Dit is een wisselend gezelschap academici van een aantal universiteiten in Nederland en België, waar ik alweer vijf jaar geleden voor het eerst aanschoof. Destijds was ik de uitzondering temidden van vooral literatuurwetenschappers. Deze keer bevond ik me in een prettig, multidisciplinair gezelschap van literatuur- en theaterwetenschappers, filosofen, kunsthistorici en zelfs een rechtsfilosoof.
How to theorize actuality?
How to theorize actuality? was de vraag, in het licht van de Mediterranean Revolutions. Om deze vraag van een context te voorzien, selecteerden de organisatoren een bijna poëtisch essay van de antropoloog Iain Chambers, die de metafoor van de zee gebruikt om uit de aloude tegenstelling van Zelf en Ander te komen. Van de Italiaanse filosoof
Giorgio Agamben lazen we het eerste hoofdstuk uit
Homo Sacer (De Verbannen Mens).
Sovereign Power and Bare Life, een politiek-juridisch betoog. Agamben bekijkt de hachelijke positie van vluchtelingen in het licht van de beperkte juridische orde waarin ze zich bevinden.
Omar D., A Biography of Disappearance, Algeria, 1992. Foto: smith-design.com In het al genoemde Third Text-artikel voert auteur Anthony Downey het werk van
Adrian Paci, Yto Barrada, Yael Bartana, Omar D., Ahlam Shibli, Joakim Eskildsen en anderen aan ter illustratie van Agambens begrip ‘
zone of indistinction’. Dit kunnen fysieke plekken zijn: Guantanamo Bay, kampen en asielzoekerscentra. Maar ook het lot van de Angolese asielzoeker Mauro laat zich op deze manier duiden. Over de juridische status van asielzoekers horen we even later tijdens een lezing van rechtsfilosoof Bas Scholten. Zij belichamen de ‘state of exception’ (gedefinieerd door Agamben), ze lopen het risico te worden uitgezet (gedood zelfs), en het is onduidelijk of ze legaal, il-legaal (beide statussen bevinden zich in het rechtssysteem) of a-legaal (valt erbuiten) zijn.
Yael Bartana, Wild Seeds, 2005 Downeys tekst vertegenwoordigt de schakel tussen theorie en kunst en daarmee gaat hij de uitdaging aan om het algemene aan het bijzondere te spiegelen. Of Downey een productieve relatie tussen theorie en kunst activeert, wordt in het slotdebat betwijfeld. Ik ben het eens met degenen die vinden dat op deze manier geen recht wordt gedaan aan de opgesomde kunstwerken. Ze krijgen niet de kans te laten zien dat ze stemmen tot
nadenken over polarisatie (een van de meest waardevolle aspecten van een goed, geëngageerd kunstwerk vind ik zelf). Als een kunstwerk wordt gepresenteerd als een pamflet, maakt het een gesloten indruk op de lezer dus een dergelijke interpretatie doet afbreuk aan het werk.
Daar probeer ik mij als beschouwer rekenschap van te geven. Allereerst in de opbouw van mijn analyses, die meestal beginnen met de facto beschrijvingen van kunstwerken zodat de lezer die alvast op zich kan laten inwerken. Door er vervolgens als het ware omheen te lopen en het van verschillende kanten te bekijken, mag ik van mezelf
vrij associëren, en ja, dan kunnen
andermans theorieën zich aandienen. De interpretatie geschiedt daarmee op de formele en inhoudelijke lagen, waar het kunstwerk zelf aanleiding toe geeft. Zo beschouw je het kunstwerk als bron voor theorievorming, terwijl je tegelijk mogelijkheden voor resonantie met de omgeving open laat.
Zo beschouw je het kunstwerk als bron voor theorievorming,
terwijl je tegelijk mogelijkheden voor resonantie met de omgeving open laat.
De leeslijst:- Chambers, Iain. 'The Mediterranean. A Postcolonial Sea.'
Third Text 18.5 (2004): 423-433.
- Agamben, Giorgio.
Homo sacer. Sovereign Power and Bare Life. Stanford: Stanford University Press, 1998.
- Downey, Anthony. 'Zones of Indistinction. Giorgio Agamben’s ‘Bare Life’ and the Politics of Aesthetics.'
Third Text 23.2 (2009): 109-125.
- Ahmad, Ahmad. 'Islam, Islamisms and The West.'
Social Register 2008:
Iran BulletinVoor meer informatie over het platform en het programma:Universiteit Leiden - Platform for Postcolonial ReadingsOver de kunstenaars:-
Yto Barrada (1971, Frankrijk)
-
Omar D. (1951, Algerije)
-
Joakim Eskildsen (1971, Denemarken)
-
Adrian Paci (1969, Albanië)
En ook:
BAK Utrecht en
Global ContemporaryDe film
Centro di Permanenza Temporanea (Centre of Temporary Permanence) staat op
YouTube-
Ahlam Shibli (1970, Palestina)