
klik om een oordeel te geven!
Detail van Emily Kame Kngwarreye, Wild Yam II, 1995Daphne Pappers | Op een hedendaagse kunstliefhebber oefent het relatief jonge
Aboriginal Art Museum Utrecht (AAMU) misschien geen natuurlijke aantrekkingskracht uit. Maar de huidige tentoonstelling is een slimme en intelligente verleider om een nieuw publiek naar het nu tien jaar oude museum aan de Oudegracht te trekken.
De formule: tien hoogstpersoonlijke matches van tien kunstprofessionals die op verzoek een werk uit de AAMU-collectie koppelden aan een werk van een westerse kunstenaar. Dat levert duos op als
Sally Gabori en
Roy Villevoye,
Roy Wiggan en
Hester Oerlemans, Billy Bens en
Gordon Bennett,
Sol LeWitt en
Emily Kame Kngwarreye. Prikkelende visuele combinaties die worden ondersteund door videoboodschappen waarin de gastconservatoren hun keuze toelichten. Zij vervullen duidelijk de functie van bruggenbouwers. Voor een deel zijn zij bekend met
Australië, de cultuur en kunst van de
Aboriginals, deels vertellen ze dat het nieuwe materie voor hen is. Deze twee posities maken de expositie interessant voor zowel kenners als niet-kenners, van zowel de Aboriginal kunst als de westerse.
Interessant voor zowel kenners als niet-kenners, van zowel de Aboriginal kunst als de westerse.
Zaaloverzicht van de keuze van Kitty Zijlmans: rechts: Roy Villevoye, Andreas Saráw, Pirmapún (uit de serie Red Calico), 2000, verschillende afmetingen, katoen, paspop, foto-afdruk op fotopapier, Caldi Collectie, Rotterdam en links: Sally Gabori, Thundi, 2008, 197 x 152 cm, acrylverf op doek, Collectie AAMUHet eerste duo dat ik net noemde, is bij elkaar gebracht door kunsthistorica
Kitty Zijlmans, een academische autoriteit op het gebied van integratie van niet-westerse kunst in de westerse canon. Het werk van
Sally Gabori (ca. 1924) is atypisch voor de bekendste stijl van Aboriginal kunst, de dot-paintings. Op het grote abstracte doek (197 x 152 cm) is met grove verfstreken en in drie kleuren een landschap neergezet: de grillige randen van de zee en de rotspartijen, aldus Zijlmans in het bijbehorende magazine. Ook zonder deze kennis resoneert de match met
Villevoyes
Red Calico. Dit Aboriginal schilderij is gemaakt in een voor westerlingen niet meteen te plaatsen beeldtaal, eerder nog, je verdenkt de maker van westerse invloeden. De onderwerpskeuze van de kleine installatie van westerse makelij, ligt daarentegen ver buiten het westen. Hier lopen westen en niet-westen zo door elkaar dat je in de war raakt en je je gaat afvragen hoe het kan dat je je nog steeds door die tweedeling laat leiden.
Zaaloverzicht keuze Maria Roosen: aan de wand Roy Wiggan, Zonder titel (Ilma), 1997, 71 x 71 cm, hout, acrylverf, geverfde wol, Collectie Thomas Vroom, Nederland en op de vloer: Hester Oerlemans, Zonder titel, 2011, (ontwerp voor Het Zwevende Tapijt, collectie PPGM, Zeist) 450 x 200 cm, geverfde en geweven wol, collectie kunstenaarKunstenaar
Maria Roosen heeft twee textielwerken ingebracht, een tapijt van
Hester Oerlemans en, in overleg met Oerlemans, een houten frame met textiele werkvormen erop bevestigd, van
Roy Wiggan. Andere formele overeenkomsten die de match hebben gepaald, zijn de ruimtelijkheid, het ambacht en het rijke en verrassend vergelijkbare kleurgebruik. De oorsprong van de motieven is ingebed in de respectievelijke leefomgevingen van de makers: het tapijt is geïnspireerd op computertekens zoals functietoetsen, usb en wifi. Wiggans werk is een interpretatie van de landkaart, in de traditie van de Aboriginals. Roosen, in 2009 ingewijd in deze kunstvormen, voegt in het magazine toe dat de landkaarten meer vertellen over het landschap dan puur wat wij waarnemen. Daarmee doelt ze op de Droomtijd, een spiritueel begrip dat moeilijk te vatten is voor buitenstaanders.
Georges Petitjean, conservator van het museum zelf, omschrijft het als een mythisch gegeven van een ander bestaansniveau dat ons innerlijk sterk vervoert.
De match van kunstenaar Roy Villevoye: Sol LeWitt, Form Derived from a Cubic (Geometric Figure), 1997, 153,7 x 234,32 cm, aquarel op papier, Collectie Bonnefantenmuseum, Maastricht
En: Emily Kame Kngwarreye, Wild Yam II, 1995, 150 x 240 cm, acrylverf op doek, Collectie Thomas Vroom, NederlandDe ene conservator geeft zijn match vooral formele gelijkenissen of juist tegenstellingen mee, de andere zoekt de spanning meer in abstracte termen. Schrijver
Tijs Goldschmidt koppelde
Yael Bartana aan
Rover Thomas, en koos twee werken van hen die ogenschijnlijk heel verschillend zijn maar allebei over grenzen en grensgeschillen gaan: de video
Low Relief II (2004) van Bartana en het schilderij
Warburton Ranges (1995) van Thomas. Museumdirecteur
Macha Roesink (De Paviljoens, Almere) associeert een schilderij (een dot-painting uit 2005) van
Bill Whiskey Tjapaltjarri met de
Guide Psychogéographique (1957) van de situationist
Guy Debord. Het eerste is een persoonlijke lezing van een gebied:
Country and Rockholes around Uluru (Ayers Rock), getuige de titel. Het tweede werk is een weergave van wandelingen in Parijs. Roesink: Het mooie vind ik dat de gevoelswaarde van een bepaald gebied en het gebruik van de afbeelding als kaart samenvallen. En dat geldt hier voor beide ingebrachte werken.
Voor een kennismaking met Aboriginal kunst is 'Be My Guest' geslaagd
Dwarsverbanden kun je natuurlijk pas leggen als je minimaal twee dingen met elkaar vergelijkt. Gelijktijdige bestudering maakt het wel moeilijk de werken afzonderlijk van elkaar te beschouwen. In deze tentoonstellingsopzet schakel je steeds tussen de twee eenheden waaruit het koppel is opgebouwd. Voor een kennismaking met Aboriginal kunst is 'Be My Guest' geslaagd, vind ik: je treft er verschillende stijlen en de input van de conservatoren zet meteen een denkproces in gang. Hoewel de ene bezoeker zal vinden dat hun invulling en toelichting iets te dik zijn aangezet, en de ander dat zal ervaren als een welkome vertaling.
'Be my Guest. Tien ontmoetingen met Aboriginal kunst'
Aboriginal Art Museum Utrecht
27 mei 2011 - 8 januari 2012
Oudegracht 176, Utrecht
Magazine (COMUSE), 5,95
Bekijk ook:
www.aamu.nlwww.stedelijkmuseum.nl/