Kunstbeeld

Kunstbeeld

dinsdag 6 december 2016

Interviewboek

Interviewboek


Waarom ik kunst maak...

Interview met Roos van der Lint


Roos van der Lint

Op 1 september 2013 verschijnt Waarom ik kunst maak… een bundeling van veertien interviews die de afgelopen jaren in Kunstbeeld stonden. Roos van der Lint interviewde elf kunstenaars, hoe is dat haar bevallen?


Het atelier wordt wel het heiligdom van de kunstenaar genoemd. Voelde je je wel eens een indringer of werd je overal hartelijk ontvangen?

Alle kunstenaars ontvingen me hartelijk of hadden in ieder geval gezorgd voor iemand die mij vriendelijk opwachtte. Er waren wel gradaties van gastvrijheid: Adel Abdessemed stuurde zijn vrouw met mij uit lunchen, maar Giuseppe Penone nam me zelf mee uit en bestelde als een echte Italiaan voor mij pasta en wijn. Mark Manders bakte met plezier een ei en gaf me een rondleiding door heel zijn huis, tot aan de slaapkamers toe.

Mark Manders bakte met plezier een ei.


Een indringer ben ik nooit geweest, hoewel ik het de organisatie van ‘Monumenta’, voorheen een jaarlijkse tentoonstelling in het Grand Palais in Parijs, waarschijnlijk wel moeilijk heb gemaakt. Daniel Buren had voor Monumenta 2012 een enorme installatie gemaakt en ik interviewde hem in een kantoortje in het paleis. Er was een duidelijk tijdslimiet afgesproken en na anderhalf uur verschenen er ongeduldige hoofden van andere journalisten voor het raam. Buren trok zich hier niets van aan, ook niet toen ze op de deur gingen kloppen en uiteindelijk zelfs binnenkwamen. Dat was juist heel grappig en ik was Buren erg dankbaar dat hij zich niet liet afleiden.


Wie was de beste verteller?

De oudere kunstenaars namen echt de tijd om iets uit te leggen en waren oprecht geïnteresseerd in mijn vragen, viel me op. Giuseppe Penone, Daniel Buren, Ger van Elk en Christian Boltanski zijn stuk voor stuk geweldige vertellers. Misschien ook omdat ik hen zoveel te vragen had, over mythische figuren als Harald Szeemann en Joseph Beuys, die zij gewoon hebben gekend. Een van mijn favoriete anekdotes komt van Daniel Buren. Hij reed samen met Lawrence Weiner in een busje door nachtelijk Bern, een rit die zou eindigen in de gevangenis. Bij Christian Boltanski hing ik echt aan zijn lippen. Ik bezocht hem eind december in zijn studio in een buitenwijk van Parijs. We namen plaats in twee leren stoelen, hij bood me niks te drinken aan. Het was ijskoud, ook binnen, en dus hielden we onze jassen aan.

Bij Christian Boltanski was het ijskoud,
dus hielden we onze jassen aan.


Nadat hij me wees op de filmcamera’s boven mijn hoofd, die voor in een live streamverbinding met een grot in Tasmanië stonden, stak hij van wal. Vier uur lang, aan een stuk door. Over gokken met je leven, het verzamelen van hartslagen en verminkte criminelen. Hij had me volledig in zijn greep. Op een gegeven moment zaten we in het pikkedonker, verkleumd en uitgedroogd.


Wie was het minst prettig om te interviewen?

Dat moet wel met Adel Abdessemed zijn geweest. Zijn enorme studio bevindt zich in Parijs, op een prachtige locatie vlakbij Gare de l’Est. Daar trof ik hem in een dramatische setting: gezeten aan een statig bureau vol lege wijnflessen en met luide klassieke muziek op. Hij was niet in een goed humeur en na een kwartier had hij geen zin meer om Engels te praten en stapte hij over op het Frans. In het Frans kletsen over Nietzsche, Derrida en Deleuze, dat was een beetje een nachtmerrie.


In het Frans kletsen over Nietzsche, Derrida en Deleuze,
dat was een nachtmerrie.


In welk atelier zou je zelf het liefst aan de slag gaan en waarom?

In het atelier van Mark Manders! De voormalige weverijfabriek waar hij in woont en werkt staat in een prachtig stadje in het Zuid-Vlaamse Heuvelland. Zelfs na een hele middag rondlopen had ik de plattegrond van zijn atelier en woonruimte nog niet doorgrond. De monumentale fabriek van Giuseppe Penone in Turijn was ook geweldig, maar Manders’ atelier heeft naast grote hallen ook talloze kleine kamers en dakterrassen. Een ruimte voor een bibliotheek, een dakterras om te schrijven, een kamer om gewoon naar buiten te kijken…


Waar liever niet?

Het atelier van Mark Wallinger vond ik wat steriel. Maar dat lag dan weer wel op de hoek van Oxford Street, in hartje Londen.


Wat waren onverwachte voorvallen die je van je stuk brachten?

Eigenlijk is er altijd wel een verrassing en liepen de interviews nooit zoals ik van tevoren had bedacht. Zoals bij Christian Boltanski, die ineens een gevonden fotoalbum van nazi’s tevoorschijn toverde. Daar zat ik, met nazi’s onder de kerstboom op mijn schoot, te klappertanden in een donker atelier in Parijs. Dat kun je niet voorzien.

Ik wist niet of ik echt met Maurizio Cattelan sprak.


Bijzonder ongemakkelijk en grappig was het interview met Maurizio Cattelan over Skype. Cattelan was in zijn appartement in New York maar wilde niet de webcamera aan. Ik wist niet eens of ik wel echt met Cattelan sprak, dat was helemaal gek.


Ondanks dat het uitgangspunt van de interviews het oeuvre van de kunstenaar is, komen er ook wat persoonlijke ontboezemingen in voor. Heb je wel eens getwijfeld of je iets met de lezer kon delen?

Een paar keer. Ik heb getwijfeld toen Mark Wallinger tijdens het interview werd gebeld, en bleek dat zijn moeder haar enkel had gebroken. Zijn reactie hierop vond ik zo vreemd dat ik die toch heb opgeschreven. Er zijn ook persoonlijke dingen die gewoon niet zo interessant zijn om met de lezer te delen, maar die mij bij zijn gebleven. Zoals Mark Manders die onafgebroken over zijn zoontje vertelde. Op een dakterras stonden twee stoeltjes, waarop ze iedere avond samen verhaaltjes verzinnen.


Sommige kunstenaars blazen best hoog van de toren. Waren deze haantjes wel prettig om mee te praten?

Jawel hoor, in ieder geval vermakelijk. Ger van Elk insinueerde dat hij eigenlijk medecurator was van ‘When Attitudes Become Form’ en gaf nog eens een sneer naar een journaliste van de Frankfurter Zeitung, die jaren geleden een recensie over hem schreef. Maar hij sprak erover met de nodige zelfspot en zeer amusant.

Jan Fabre is wel echt een diva.


Jan Fabre is wel echt een diva. Na uren wachten nam hij met een bord aardappelen en gehaktballen plaats aan de keukentafel in het theater. Hij wilde rustig eten, zonder te praten. En zo zat ik zeker vijf minuten zwijgend naast een kauwende Fabre. Toen hij klaar was, had hij eerst zelf een vraag: of ik eigenlijk wel iets over zijn werk wist? Na het interview gaf hij me een boek cadeau, waar hij voorin schreef: ‘Voor Roos, Bloemen kopiëren zichzelf en zijn altijd welkom om de schoonheid te verdedigen!’ Ik heb daar de hele treinreis terug om gelachen.


Welke kunstenaar ben je door het interview meer gaan waarderen?

Ik was verrast door de openheid van Erwin Olaf en ben daardoor heel anders naar zijn werk gaan kijken. Over hoe zijn vroegere werk als een soort dagboek werkte en ook hoe hij nu aan het zoeken is naar nieuwe vormen. En hij nam geen blad voor de mond, noemde de foto’s van Wolfgang Tillmans ‘een partij geouwehoer’, haha!

‘Denk je dat je kunt eten met een afbeelding
van een concentratiekamp boven je eettafel?’


Erwin Olaf, Ger van Elk en Daniel Buren waren de enigen die ongezouten kritiek op collega’s durfden te leveren, heerlijk. Ik heb erg gelachen om Daniel Burens opmerking over Christian Boltanski: ‘Denk je dat je kunt eten met een afbeelding van een concentratiekamp boven je eettafel?’


Is er ook een kunstenaar die juist in je achting is gedaald?

Dat zou ik alleen kunnen zeggen van Adel Abdessemed, en in mindere mate van Jan Fabre. De arrogantie van Fabre en de luxe van het miljoenenappartement en van Abdessemed stonden me tegen.


Wat vind je het interessantste aan het interviewen van kunstenaar?

Wat ik zelf het boeiendste vind en ook hoop over te brengen met de interviews, is dat je zo veel kunt leren van mensen die dag en nacht nadenken over kunst en het leven. Ik probeer ook steeds de boeken te lezen die ze me aanraden. Zo las ik na mijn interview met Ger van Elk meteen de biografie van Salvador Dalí, Mijn leven als genie, die me reuze heeft geïnspireerd, en waar ik zelfs over ben gaan schrijven.


Bestel Waarom ik kunst maak… nu in de webshop van Kunstbeeld of koop het boek in de betere boekhandel. Of neem een jaarabonnement op Kunstbeeld en ontvang dit boek er gratis bij. Klik hier voor de aanbieding. Bent u al abonee op Kunstbeeld? Vernieuw dan uw abonnement met 2 jaar en ontvang dit boek als cadeau. Deze vernieuwing kunt u aanvragen via de lezersservice: tel. 0900-0401358 of e-mail lezersservice@veenmedia.nl

Bestel Kunstbeeld nu

Inloggen


Inloggen
Registreren
Wachtwoord vergeten
Wachwoord vergeten




Inloggen